Soms is het goed om het experiment aan te gaan, al is het dan niet zo’n groot waagstuk. Hoewel de meeste korpsen, in ieder geval in het noorden van Noorwegen, in juli de deuren sluiten, hadden wij een ander idee. We zijn er nog, dus waarom niet de deuren open op donderdagavond?
Een ‘åpen dør’-concept leek ons wel wat: de nadruk op het sociale aspect, andere zaal-indeling (‘ronde tafel’), een korte overdenking, wat zang, een bijbellezing en wat zich verder aandient. Geen idee wie interesse zouden hebben, het is hier volop vakantie, dus wat te verwachten? Verrassend genoeg kwamen er bezoekers die er voor de eerste keer waren, mensen die in hun ‘hytte’ in de buurt van Harstad verbleven en een deel van de gebruikelijke korpsbevolking. Kortom, we moesten stoelen bijplaatsen. Experiment geslaagd, rijp voor continuering.
Vanwege mijn 60 jonge jaren bleek ik nog extra vakantiedagen te bezitten. Daarom gebruiken we nu drie dagen per week plus het weekend, om meer van Noord-Noorwegen te bekijken.

De eerste vrije dagen werden besteed aan een rit naar Nyksund -aan de kust- en daags erna aan een rit naar Bardu -in het bergachtige binnenland. Daar is naast een mooie hoge waterval, Sir Henri’s vespituous, een dierentuin met dieren uit het noorden. Noorse opzet: geen opsmuk, veel ruimte en ingebed in de natuurlijke omgeving. Het was redelijk weer dus lekker rondgewandeld tussen beren, elanden, wolven, lynxen, een veelvraat (mooi dier!, nooit eerder live gezien) en de nodige rendieren natuurlijk.
Het weekend erop was Kirkenes aan de beurt. Dat werd ook onze eerste echte ervaring met binnenlands vliegen in het noorden. Voor veel verbindingen moet je via Oslo reizen maar Widerøe heeft ook ‘rondjes’ in Noord-Noorwegen. In kleine vliegtuigen (13 rijen x 4 stoelen of nog kleiner) met 1 purser aan boord. De vliegtuigjes landen in middelgrote steden (naar inwoneraantal lijken het grote dorpen maar die plaatsen fungeren als hub voor hun omgeving). Soms ben je net opgestegen als je alweer gaat dalen. We reisden van Tromsø via Alta via Vadsø naar Kirkenes en dat vliegtuig vloog direct weer door naar Tromsø. Mensen stappen in de tussentijd af en op, stoelnummers reserveren gebeurt niet. De vluchten waren ook niet allemaal vol (sommige wel, en dan had je wél een stoelnummer op je boardingpass). Het rondje terug was vanuit Kirkenes direct naar Tromsø en vervolgens via Andenes naar Evenes.
Kirkenes zelf is een bijzonder geval. Voor natuur- of stadsschoon hoef je er niet heen. Maar, de geopolitieke ligging geeft de ‘stad’ (3400 inwoners) en omgeving een heel eigen sfeer. Noorwegen, Rusland en Finland en Zweden hebben in de loop der tijd wat landjeruil en landjepik gedaan en nu ligt Rusland hemelsbreed op 8 km afstand van Kirkenes. Voor de Sami (inheemse bevolking van Lapland) was de verdeling van de gebieden door de staten bijzonder nadelig omdat zij de streek boven de poolcirkel bewoonden en onder clans hadden verdeeld (de families verkasten binnen hun gebied ieder seizoen naar waar het eten was). Zij documenteerden deze verdeling echter nooit waardoor ze het eigendom van het land niet kunnen aantonen tegen latere Noorse ‘landbezitters’ (vaak mijnbedrijven). Sami beschouwen de inbezitneming van hun land als kolonisatie. Ook vond na de splitsing van Lapland actieve verNoorsing van de bevolking plaats (bouw van zuid-Noorse spitskerken, komst van Noorse kolonisten, internaten, verbod op taal en religie). In het streekmuseum waren prachtige oude foto’s van Ellisif Rannveig Wessel te zien van Sami begin deze eeuw.






Ook was er natuurlijk info over de geschiedenis van de stad zelf. De haven van Kirkenes met een open verbinding naar de Barentszee, vriest ’s winters niet dicht. De nazi’s wilden in WO2 Rusland vanuit het noorden en zuiden bezetten, dus werd Kirkenes gebruikt als aanvoerlijn. Het huidige vliegveld is nog door de nazi’s aangelegd.
De aanwezigheid van de nazis resulteerde voor de streek in een enorme schuilkelder onder de stad (Kirkenessers moesten mijnen aan de gang houden), vele vele doden aan het Russische front vlakbij (koude winters), een gedwongen evacuatie eind oktober 1944 als neveneffect van de Duitse tactiek van de verschroeide aarde en Kirkenes werd de 2e meest gebombardeerde stad van Europa (er stonden nog 13 huizen).


Op dit moment ligt er een militaire zone tussen Noorwegen en Rusland (met wachttorens aan beide kanten) en kun je maar op 1 plek de grens over. De grens is alleen op bepaalde tijden open, je moet binnen 5 minuten door de grenszone heen op vertoon van speciale documenten. Het geheel ziet eruit als een soort DDR-grensgebied, er staat nog een verlaten Russisch kerkje. Nog geen 10 jaar geleden werd een hoopvolle tunnel gegraven om de route naar Moermansk te verkorten. Om begrijpelijke redenen is die optie nu uitgesloten.
In de luwte van de zomervakantie is Lars Martin Skipevåg, priester van de Noorse staatskerk, de aanjager van de ‘Sommerkveldsgudstjeneste’. Elke woensdag vindt deze wat kortere kerkdienst plaats in de kerk van Trondenes en elke vrijdag in de kapel ‘Hans Egedes minne’ bij Elgsnes. Met een mix van sprekers, organisten en andere musici trekt dit initiatief veel mensen van diverse gemeenten.
Vanwege de oecumenische aard van het gebeuren was ook mij gevraagd om één van deze keren een overdenking te verzorgen. En omdat een van de eerste dingen die we in Harstad deden het bezoeken van Elgsnes was, leek het mij een mooie symbolische afronding van onze periode in Noorwegen om juist voor deze plek te kiezen. Een mooi, klein en intiem kerkje op een fantastische plek, bijna aan het einde van een landtong.
De kapel is gewijd aan Hans Egede, een Deens-Noorse lutherse predikant en missionaris die leefde op de grens van de 17e en 18e eeuw en werd geboren in Harstad. Hij reisde in 1721 naar Groenland om het christendom te verspreiden onder de Inuit en wordt daarom vaak de “apostel van Groenland” genoemd. Hij stichtte de nederzetting Godthåb, het huidige Nuuk, de hoofdstad van Groenland. Zijn werk speelde een belangrijke rol in de hernieuwde Deens-Noorse aanwezigheid en kolonisatie van Groenland.
Hoewel de Lofoten bij toeristen bekend staan als dè plek om naar toe te gaan is de eilandengroep die iets noordelijker ligt, Vesterålen, minstens zo mooi en in ieder geval een stuk rustiger. Dat was de tip van de locals en zo gebruikten we een weekend om na Nyksund de omgeving rond Bø en Straume te verkennen.
De route ernaartoe heeft alle charmante kenmerken van Noord-Noorwegen: bergen, fjorden, veerboten, omhoog en omlaag kronkelende weggetjes en dat eindeloos wisselende licht dat dezelfde dingen van kleur laat wisselen, afhankelijk van het moment dat je er naar kijkt.
Een eerste verkenning van de omgeving brengt ons bij een graf uit de steentijd en een mooi uitzicht op de ‘Lofotenmuur’. En een fascinerend gietijzeren beeld met de titel Mannen fra havet dat naast de Vinjesjøen in Bø staat.
Op de tweede dag volgen we het kustpad dat bij Straumen loopt. Het is slechts tien kilometer lang maar het voortdurende klimmen en dalen over zowel zachte als harde ondergrond maakt dat het wel even wat tijd vraagt. De vergezichten maken het ruimschoots de moeite waard en al komt de temperatuur niet boven de 15 graden, door het enthousiaste zonnetje voelt het als een zomerse dag.
Inmiddels zijn we de laatste week ingegaan en resten nog wat laatste keren: een laatste open deur op donderdag, een laatste keer langs buurthuiskamer Stedet, een laatste keer keer ‘Turistandakt’ in Trondenes. Nog even en dan trekken we de deur hier definitief achter ons dicht.
Meer daarover en over de 3000 kilometer terug naar huis in het volgende bericht. Geniet van de zomer in Nederland!
Vi snakkes!


























Plaats een reactie