En zo kwam dan de laatste ‘open deurdienst’. We zijn dankbaar voor de opkomst op de donderdagavonden in de vakantieperiode, er is blijkbaar voorzien in een behoefte. Er is een goede sfeer, er zijn gesprekken, er is ‘fellesskap’, er is muziek en we zorgen voor een meditatieve bijdrage. Het formele afscheid is geweest, het is een gewone laatste bijeenkomst. Dachten we.
Maar dat was buiten de waard gerekend, er volgt meer dan we vermoedden. De zaal stroomt vol, we moeten stoelen bijzetten, er zijn gasten van buiten Harstad en vanuit de oecumene. Het warme afscheid gaat gepaard met de nodige emoties, we zijn tenslotte een heel jaar met elkaar opgetrokken.
We maken nog wat foto’s met deze en gene, krijgen lieve, vaak zelfgemaakte cadeautjes, delen hier en daar nog een knuffel uit en zo komt er een einde aan een jaar als ‘sjef’ in Harstad. Een mooiere afronding hadden we niet kunnen bedenken.
In de tussentijd was onze (Nederlandse) auto door zoonlief en zijn vriendin, naar Noorwegen gereden. Samen met hen gingen we nog een activiteit van onze bucketlist doen: papegaaiduikertjes spotten.
Deze schattige vogeltjes met hun knaloranje snaveltjes broeden en fourageren vier maanden per jaar in holen in een rots voor de kust van Bleik. De andere maanden leven ze op de Barentszee. De “puffin” is monogaam en legt maar 1 ei per seizoen maar de oudste geringde puffin is wel 43 jaar oud geworden.
Onze eigen zee-arend is trouwens hun grootste natuurlijke vijand. Ze cirkelen boven de rots of zitten op wacht tot er een lekker hapje voorbij vliegt. Vanaf de boot konden we het allemaal prima volgen.
En dan volgt het moment om de deur dicht te trekken van de Strandgata 35. We hebben wat vakantiedagen geruild zodat we iets meer tijd hebben om in Nederland te geraken. Niet alleen vanwege de afstand maar ook om gaandeweg het Noorse avontuur af te ronden en de doos met herinneringen verder te vullen.
We hebben een trip uitgezet waarin we langs de westkant van midden-Noorwegen reizen. Maar eerst door Mo-i-Rana, een klein stadje nog in Nord-Norge, prachtig gelegen tussen de bergen en een fjord. Vandaar reizen we via Trondheim door naar Molde, een charmant badplaatsje.
Vanaf daar pakken we de Trollstigen. Omdat het kan. De “Trollenladder” voert ons via puntige haarspeldbochten langs weelderige valleien, hoge watervallen en steile bergpassen naar Geiranger. Omdat er veel traag touristenverkeer is en we gelukkig geen last hebben van de mist die er vaak voorkomt, gaan we er niet als Niki Lauda doorheen (wat ook stukken beter is voor de bloeddruk van de passagier). Van Geiranger naar Lom rijden we door echt Noors hoogland: grote afgesleten rotsblokken, lage boompjes, bergmeren. En regen of course.
Lom is wel een schoolvoorbeeld van een klassiek midden-Noors stadje: door het dorp raast een enorme waterval (voor de liefhebbers met een zipline te overbruggen), er zijn een flinke staafkerk en andere grote statige houten bouwsels. Iedereen loopt er nog net niet in bunad rond. We slapen in Østre Tote, in een hytta met grasdak. Jeroen past er nauwelijks rechtop in en je moet een hobbit zijn om door de voordeur te passen. De hut zelf is mooi en comfortabel uitgevoerd.
De dagen erop besteden we in Rjukan. Wij kenden het van de film over (Noors verzet tegen) de fabricage van zwaar water, waarmee de Nazi’s een waterstofbom dreigden te ontwikkelen. De waterkrachtcentrale van Norsk Hydro (1906) kon namelijk zoveel energie opwekken uit de Rjukanfoss dat dit een van de weinige plekken ter wereld was, die zwaar water kon leveren.
Het industriestadje bleek overigens vooral tot bloei gekomen vanwege de uitvinding en fabricage van kunstmest. Ook een leuk weetje: Rjukan ligt in zo’n steil, diep dal dat het zonnespiegels heeft geinstalleerd die in de winter zonneschijn op het dorpsplein weerkaatsen.
De Gaustatop is een van de bergen rond Rjukan. Met 1883 meter is dat de hoogste berg van de provincie Telemark. Met de Gaustabanen, een kabeltreintje dat door de Amerikanen voor de NAVO is aangelegd, kun je de top bereiken (aanrader). Van Rjukan is Oslo niet ver meer. We slapen in Holmenkollen: in 1894 gebouwd als sanatorium bovenop de heuvel. Geweldig uitzicht en slapen “op stand”. Vandaar is het nog een klein stukje rijden naar de ferry naar Kiel.
En dan, een jaar later, passeren we met enige weemoed, de grens met Noorwegen. Met een rugzak vol mooie herinneringen aan een bijzonder jaar.
Om af te sluiten, een compilatie van een half jaar ‘9.00 foto’s’ met het uitzicht vanuit de woonkamer op de fjord.

























Plaats een reactie